Details
222 p.
Besprekingen
De Volkskrant
De Duitse Martina Hefter (1965) beschrijft een vrouw van midden vijftig, Juno, die zich in slapeloze nachten online vermaakt met love scammers - mannen die met een fictief profiel alleenstaande vrouwen in rijke landen proberen te verleiden om ze vervolgens geld af te troggelen. Een kat-en-muisspel. Juno voert ze met haar eigen verzinsels en trekt ze dan het vel over de neus: de bedrieger bedrogen. Het eindigt doorgaans met een scheldpartij en een abrupte blokkade.
Het is niet duidelijk wat haar motief is. Ze is niet op een kruistocht. Ze verzamelt geen relevante informatie en doet geen aangifte. Voor de vrouwen die zich laten bedotten heeft ze geen goed woord over. Wat haar motief dan wel is, lijkt ze zelf ook niet te weten. 'Ze kon 's nachts niet meer slapen, dat was alles', constateert ze ergens.
Overdag zorgt ze voor haar gehandicapte man, die aan MS lijdt, doet het huishouden, gaat naar balletlessen en werkt aan een voorstelling - ze is performancekunstenaar. Een sociale kring lijkt ze niet te hebben. Ze laat af en toe een tattoo zetten. Ze observeert de sterrenbeelden. Ze haalt soms een oude mythe aan. Een paar keer brengt ze een paar dagen door bij haar moeder, die aan de voet van de Alpen woont.
Een van de love scammers blijft na ontmaskering contact zoeken, Benu, een Nigeriaanse man van even in de dertig. Juno reageert eerst afwijzend, maar gaandeweg vriendelijker en welwillender, zij het steeds op haar hoede. Ze leest boeken over Nigeria en kolonialisme, maar vraagt Benu zelf bijna niets, zodat we nauwelijks iets over hem te weten komen. Ze kijkt naar een documentaire over rijke, witte vrouwen die jaarlijks een paar weken in landen als Ghana en Kenia doorbrengen en een schijnrelatie kopen met jongere, zwarte en arme mannen die ze hun 'boyfriend' noemen. De jongens en hun familie zijn er trots op, blijkt uit de documentaire.
Het verhaal kabbelt verder. Juno chat 's nachts met Benu. Soms wandelt ze met een koptelefoon op door de stille stad en huilt. De winter maakt plaats voor de lente. Haar performances zijn een succes. Als Benu zegt dat hij misschien verliefd op haar is, reageert ze woedend, in de veronderstelling dat hij haar alsnog geld wil aftroggelen. Benu ontkent. Juno staat een paar keer op het punt hem te blokkeren, maar doet dat niet.
Zo nu en dan krijgen we observaties over racisme, westers superioriteitsgevoel en de wreedheid waarmee in onze samenleving oudere vrouwen worden bejegend. Het zijn beladen onderwerpen die omzichtig worden behandeld, op het angstige af, zodat ze een walm van politieke correctheid oproepen. De wereld is een toneel van uitbuiting en uitgebuit worden, stelt Juno vast. Wat voor ons vanzelfsprekend is, 'warmte, eten, werk, richtte ergens anders schade aan'.
Het zijn enkelvoudige observaties die slecht in een roman passen - een roman leent zich beter voor complexiteit, ambiguïteit, troebelheid, verwarring, rommel, snot - maar kennelijk is Hefter uit geweest op dit soort braafheid. In haar dankwoord noemt ze zelfs een 'sensitivityreader' die haar heeft gewezen 'op verborgen machtsverschillen en vormen van discriminatie waar ik me niet van bewust was'.
Wat het verhaal zelf betreft is het vooral de vraag hoe de relatie met Benu gaat aflopen. Wordt het toch bedrog? Bloeit een onvoorziene liefde op? Ik zal de afloop hier niet verklappen, maar slechts vaststellen dat die er weinig toe doet. Hefter voegt niets toe aan het verhaal, komt niet met een verrassing en geeft geen verdieping, epifanie of desnoods een oplossing.
Zo zat ik ten slotte een tikje uit het veld geslagen met de vraag waarom dit boek de prestigieuze Deutscher Buchpreis 2024 heeft gewonnen. Wat mis ik? De jury heeft het over een 'knap geconstrueerde choreografische roman'. Ik heb geen idee wat dat betekent. Ze heeft het over de 'fascinerende verbinding' van 'het alledaagse met het kosmische en mythologische'. Ik heb meegekregen dat Juno heel wat weet over sterrenbeelden en Griekse mythen, maar niet hoe dat zich verhoudt tot haar leven of dat van Benu. De jury ziet dat Hefter 'navigeert tussen melancholie en euforie'. Ik zie een vlakke toon in een verhaal dat voortkabbelt. De jury ziet fascinerende thema's. Ja, die zie ik ook, maar de angstige, politiek correcte behandeling ervan tilt het boek bepaald niet op.
Zo zijn er twee mogelijkheden. De eerste is dat de jury van de Deutscher Buchpreis en een groot deel van de Duitse kritiek zich hebben vergist. De tweede is dat ik mij heb vergist, dat mijn lezing om de een of andere reden is mislukt zodat ik geen toegang tot de roman heb gekregen, niet echt, en me hier louter druk maak om bijzaken.
Gegeven de verhoudingen is een mislukte lezing mijnerzijds verreweg de meest waarschijnlijke uitleg. Ik raad u daarom van harte aan het boek te lezen.
Humo
Martina Hefter
Hé goedemorgen, hoe gaat het?
In haar roman 'Hé goedemorgen, hoe gaat het?', die vorig jaar onder meer de prestigieuze Deutscher Buchpreis heeft gewonnen, toont Martina Hefter (60) dat ze van deze tijd is: een flink deel van het boek bestaat uit korte chatberichtjes uitgewisseld tussen Juno, een vrouw van in de vijftig uit Leipzig, en een ongeveer twintig jaar jongere Nigeriaanse man. Die man, Benu, is een love scammer: met leugens op sociale media ontfutselt hij geld aan oudere westerse dames die smachten naar aandacht en affectie. Na wat ongemakkelijk heen-en-weergecommuniceer groeit iets wat op een beginnende relatie lijkt. Juno verzwijgt haar onlinecontacten voor Jupiter, de zorgbehoevende MS-patiënt met wie ze samenwoont.
Veel gebeurt er niet in deze roman. Naast de chats met Benu en af en toe een babbeltje met Jupiter doet Juno boodschappen, en regelt ze de medicatie die haar meestal aan zijn bed gekluisterde man voortdurend nodig heeft. En ze volgt balletlessen, die vooral nuttig zijn omdat ze de kost verdient met dansperformances. Ook Martina Hefter zelf is, zo blijkt, performancekunstenaar en danseres. Geen wonder dat deze roman ritmische kwaliteiten heeft: de schrijfster swingt soepel en lichtvoetig van de ene naar de andere zin in proza dat zich erg vlotjes consumeren laat. 'Hé goedemorgen, hoe gaat het?' is een ideale summer read, die je ook kunt lezen wanneer je hersenen bij 35 graden langzaam aan het garen zijn.
Maar een lezer met een koeler hoofd mag van literatuur meer verwachten dan dit. Wat Juno beweert over de manier waarop ze met Benu communiceert, ziet Hefter misschien wel als een kwaliteit van haar roman: 'Een soort smalltalk die een vorm van diepgang had, omdat niets echt uitgesproken werd.' Naar diepgang heb ik echter vergeefs gezocht. Smalltalk, daarentegen, is er in overvloed: de roman grossiert in trivialiteiten en weekendbijlagefilosofietjes, compleet met bijbehorende gezondheidsaanbevelingen (ballet is goed voor de gezichtsspieren, 't is maar dat u het weet).
Hefter schrijft ook over dingen die ertoe doen, zoals de wraakroepende behandeling van mensen in een rolstoel, maar ze doet dat vaak op zo'n banale kletstoon dat ik er almaar kregeliger van werd. Ter illustratie een typische Hefter-zin: 'En soms heb je van die momenten waarop je denkt, tja, misschien zit er toch wel iets in.'
WOKE OP Z'N SLECHTST
Zulke momenten heb ik bij het lezen helaas nauwelijks beleefd. De thema's - zoals leugen en waarheid - zijn op zich interessant genoeg, maar er wordt niets mee gedaan dat verrast of tot denken stemt. Na het zoveelste onnauwkeurige of onvoldragen gedachtespinsel begin je te verlangen naar een stevige volzin die een idee bevat waarop je eventjes kunt kauwen. Ergens laat Juno weten dat ze een hele hoop boeken over het kolonialisme in huis heeft gehaald, maar uit niets blijkt dat ze die boeken ook heeft gelezen. De kritiek op kapitalisme en racisme is simpel, voor de hand liggend en schetsmatig, eerder het resultaat van politiek correcte reflexen dan van degelijke reflectie. Het is woke op z'n slechtst: kritiek als een braaf en vrijblijvend oppervlakteverschijnsel.
Interessant is het boek enkel ex negativo, als toonbeeld van een tijdgeest waarin zelfobsessie allesoverheersend is geworden. Juno is op het narcistische af met haar lichaam bezig, met hoe ze overkomt bij anderen. Opvallend is dat Jupiter als romanpersonage zo verwaarloosd wordt. Ook over Benu komen we weinig te weten, en Juno (of de verteller) verplaatst zich zelden in hun perspectief. Het gaat over háár, zij eist alle aandacht op, de andere personages vormen slechts haar achtergrond. Zelfs dieren ziet ze in de eerste plaats als haar publiek: 'Het was fijn als de vijf schapen haar in de stal met een veelstemmig geblaat begroetten.'
Juno's theatrale persoonlijkheid wordt in de roman niet onderzocht, maar geëtaleerd. Poses worden niet onderuitgehaald. Juno pakt graag uit met haar andersheid, met het feit dat ze als kind al door iedereen raar werd gevonden en van de norm afweek - maar die zogenaamde raarheid is vooral herkenbaar puberaal. Van dat soort gratuit, conformistisch non-conformisme is de hele roman doordrongen.
Waarom 'Hé goedemorgen, hoe gaat het?' in Duitsland grote prijzen heeft gewonnen en nagenoeg unaniem werd bewierookt, blijft me dan ook een raadsel. Het boek sluit naadloos bij de tijdgeest aan, dat zeker. Maar mogen we van literatuur niet net verwachten dat ze onze tijd kritisch onder de loep neemt in plaats van erin op te gaan? (kvb)