Witte nachten
×
Witte nachten Witte nachten
Nederlands
2025
Volwassenen
De inwoners van een slaperig dorp aan de voet van de Poolse Beskiden worstelen elk met hun eigen angsten, verdriet en verlangens. In dertien met elkaar verbonden verhalen volgen tragedies en tegenslagen elkaar op, in contrast met het stille boslandschap dat de personages omringt.
Genre Romans
Titel Witte nachten
Auteur Urszula Honek
Taal Nederlands, Pools
Oorspr. titel Biale noce
Uitgever Amsterdam: De Bezige Bij, 2025
190 p.
Aantekening Op het eerste gezicht lijkt het een bundel op zichzelf staande korte verhalen over de tragedies en tegenslagen die een groep mensen overkomen die allemaal in hetzelfde dorp in Zuid-Polen zijn opgegroeid. Bij nadere beschouwing blijken de verhalen echter nauw met elkaar verweven te zijn en samen een overkoepelend verhaal te vormen.
ISBN 9789403134741

De Morgen

Nachten waarin je maar blijft struikelen
Jesse Van Amelsvoort - 11 oktober 2025

De Beskiden zijn een prachtig gebergte in het zuiden van Polen, landelijk, rustig, gekenmerkt door een warm landklimaat. En toch verworden ze in Urszula Honeks Witte nachten tot het tegenovergestelde, tot een modderige, duistere, ja, gevaarlijke plek. Al in het eerste verhaal van deze roman sterven er meerdere personages, onder wie Piloot, een wat verstandelijk beperkte jongen die verdrinkt in de visvijver die hij zelf eerder heeft gegraven. 'Was hij zat verzopen?', vraagt zijn vriend Piotrek af. 'Of was hij expres het dunne ijs op gelopen?'

Het is een donker universum dat Urszula Honek (1987) schept in Witte nachten. Na verschijning in 2022 won Honek meerdere literaire prijzen en de Engelse vertaling was genomineerd voor de International Booker Prize. Met hulp van de vertaling van Charlotte Pothuizen kan nu ook het Nederlandse publiek kennisnemen van deze melancholieke roman. Roman? Hoewel Witte nachten aanvoelt als een strak gecomponeerde verhalenbundel, met wisselende hoofdpersonages, decors en tijden, is het toch een roman. Personages keren terug en Honek weeft door de verhalen een hechte thematiek.

Neerslachtig

De jonge Andrzej fungeert daarbij als centrale figuur. Hij is verwant aan veel andere personages, en bevriend met weer andere. Tegelijkertijd leren we niet veel over hem. Hij is neerslachtig, zwaar op de hand. Dat Piloot eerder sterft dan hijzelf, verbaast hem. Hij had het omgekeerd verwacht.

Wanneer zijn zus zwanger is, gaat hij met Piotrek en Piloot naar een ander dorp, waar Piotrek hem en Piloot achterlaat en zij als houthakkers aan de slag gaan. Daar mist hij de geboorte en doop van zijn nichtje, en later slaat hij de begrafenis van Piloot over: 'Piotrek had een smoes, en ik durfde niemand anders te vragen.' Misschien is dit het meest veelzeggende detail dat Honek ons geeft over Andrzej.

Andrzej is de derde musketier in het driemanschap dat hij met Piotrek en Piloot vormt. Hoewel, 'vormt'... Piotrek woont na een verhuizing inmiddels in Duitsland en lang nadat Piloot verdronken is, blijkt Andrzej zelfmoord te hebben gepleegd. 'Dan ging hij zich verhangen of hij slikte pillen, een paar keer konden ze hem redden, maar de laatste keer', suggereert Piotrek omineus, 'niet.'

Om het plot is het haar in deze roman-in-verhalen niet te doen: na twintig pagina's heeft Honek twee centrale gebeurtenissen, namelijk de dood van zowel Piloot als Andrzej, in stelling gebracht. Zeker in Andrzejs geval is het slechts een aanzet. Wat er precies is gebeurd, wordt altijd pas later duidelijk. Ze springt door de tijd, bejaarden zijn ineens jong, geborenen ongeboren, en wisselt van stijl: nu eens lyrisch, dan weer 'Iene miene mutte, tien pond grutten, wie zal m'n kont kussen?'

Om Andrzej, Piotrek en Piloot cirkelen vele personages, vooral Andrzejs familie, maar ook buren en dorpsgenoten. En er is de dood. In bijna elk verhaal speelt de dood een rol: behalve Piloot die door het ijs zakt zijn er personages die van een klif springen (of krijgen ze een duwtje?), geraakt worden door de bliksem of aan een hartstilstand overlijden. Er worden varkens geslacht en honden sterven. De begraafplaats lijkt de meest centrale plaats in het dorp.

De levenden leven met de doden, en die gespletenheid - of noem het dubbeling - zit ook vervat in de witte nachten van de titel: niet de magische zomers van Sint-Petersburg of de lange dagen boven de poolcirkel, maar eerder nachten die oplichten door het maanlicht dat op de sneeuw valt. De meest spookachtige witte nachten denkbaar: 'Stel je eens voor', denkt Andrzej, 'dat je de eerste weken na zonsondergang naar buiten gaat en je maar blijft struikelen: hier steekt een steen uit die zich lang geleden in de grond heeft genesteld, daar een dit jaar afgebroken tak die nog niet vergaan is, of, en dat is het kloterigste, een toerist heeft een blikje geplet en het midden op de weg gegooid, en als er vorst is kun je op zo'n blikje een flinke schuiver maken.' Zulke nachten.

In Witte nachten overdondert Honek door het oproepen van dat spookachtige dorp tussen verschillende dimensies in. Daarin doet ze denken aan haar landgenoot en Nobelprijs-winnaar Olga Tokarczuk. Ze schrijft net zo levendig en kent een net zo sterke impuls tot mythologiseren, al is bij Honek het gewicht van de geschiedenis minder aanwezig en is haar proza lyrischer.

Geïsoleerd bestaan

Dat arme Poolse dorpje. Er is iets eeuwigs aan het geïsoleerde bestaan in de bergen, waar een geplet blikje een pijnlijke en ook zeldzame herinnering is aan de buitenwereld. Het lijkt alsof de tijd er stilstaat. Alsof er nooit wat verandert. Wat er met Andrzej en Piloot gebeurt, weten we vanaf de eerste pagina's. In zekere zin zou je alles wat daarna komt, invulling kunnen noemen. Sfeer. Zo'n statement zou miskennen waar het Honek om te doen is in deze roman: met Witte nachten heeft ze een rauwe fabel geschreven, met personages die dolen en zoeken naar betekenis in het aangezicht van zoveel ellende.

Witte nachten eindigt met een begrafenis, de bliksem heeft fataal ingeslagen, en terwijl een kist de aarde in gaat, blijkt Piloot ineens weer - nog - te leven. In de manier waarop Honek de tijd opheft, ligt de grootste troef van dit boek besloten. Halverwege het boek kijkt een personage naar een eik en ziet de avond vallen: 'En als iemand me zou vragen waarom ik daar zo sta, zou ik zeggen: ik droom niets meer, maar ik hoor nog altijd de muziek.'

 

De Volkskrant

Recensie - Witte nachten -Leven met de doden
Jesse Van Amelsvoort - 11 oktober 2025

De Beskiden zijn een prachtig hooggebergte in het zuiden van Polen, landelijk, rustig, gekenmerkt door een warm landklimaat. En toch verworden ze in Urszula Honeks Witte nachten tot het tegenovergestelde daarvan, tot een modderige, duistere, ja, gevaarlijke plek.

Al in het eerste verhaal van deze roman sterven er meerdere personages, waaronder Piloot, een verstandelijk beperkte jongen die verdrinkt in de visvijver die hij zelf eerder heeft gegraven.

'Was hij zat verzopen?', vraagt zijn vriend Piotrek zich af. 'Of was hij expres het dunne ijs op gelopen?'

Het is, kortom, een donker universum dat Urszula Honek (1987) heeft geschapen in Witte nachten. Na verschijning in 2022 kreeg zij meerdere literaire prijzen toegekend, de Engelse vertaling was genomineerd voor de International Booker Prize. Met hulp van de soepele vertaling van Charlotte Pothuizen kan nu ook het Nederlandse lezerspubliek kennisnemen van deze melancholieke roman.

Roman? In eerste instantie voelt Witte nachten aan als een strak gecomponeerde verhalenbundel, met telkens wisselende hoofdpersonages, decors en tijden. Toch is het echt een roman, waarin personages terugkeren en Honek door de verhalen heen een hechte thematiek optrekt. De jonge Andrzej fungeert daarbij als centrale figuur. Hij is verwant aan veel andere personages, en bevriend met weer andere. Tegelijkertijd leren we niet veel over hem. Hij is neerslachtig, zwaar op de hand; dat Piloot eerder sterft dan hijzelf, verbaast hem. Hij had het omgekeerd verwacht.

Als zijn zus zwanger is, gaat hij met Piotrek en Piloot naar een ander dorp, waar Piotrek hem en Piloot achterlaat en zij noodgedwongen aan de slag gaan als houthakkers. Daar mist hij de geboorte en doop van zijn nichtje, en later slaat hij de begrafenis van Piloot over: 'Piotrek had een smoes, en ik durfde niemand anders te vragen.' Misschien is dit het veelzeggendste detail dat Honek ons geeft over Andrzej.

Andrzej is de derde musketier in het driemanschap dat naast hemzelf bestaat uit Piotrek en Piloot. Hoewel, 'bestaat'... Piotrek woont na een verhuizing inmiddels in Duitsland en lang nadat Piloot is verdronken, blijkt Andrzej zelfmoord te hebben gepleegd. 'Dan ging hij zich verhangen of hij slikte pillen, een paar keer konden ze hem redden, maar de laatste keer niet', vertelt Piotrek omineus.

Om het plot is het in deze roman-in-verhalen niet te doen: na twintig pagina's heeft Honek twee centrale gebeurtenissen in stelling gebracht: de dood van zowel Piloot als Andrzej. Zeker in Andrzejs geval is het slechts een aanzet, een suggestie. Dat lijkt mij typerend voor deze roman: wat er precies is gebeurd, wordt altijd pas later duidelijk. Eerst rook, dan vuur. Honek springt door de tijd, bejaarden zijn ineens jong, geborenen ongeboren, en ze wisselt van stijl: nu eens lyrisch, dan weer 'iene miene mutte, tien pond grutten, wie zal m'n kont kussen?'.

Om Andrzej, Piotrek en Piloot cirkelen vele personages, vooral Andrzejs familie, maar ook buren en andere dorpsgenoten. En er is de dood. In bijna elk verhaal speelt die een rol: Piloot zakt door het ijs, andere personages springen van een klif (of krijgen ze wellicht een duwtje?), worden geraakt door de bliksem of overlijden aan een hartstilstand. Er worden varkens geslacht en honden sterven. De begraafplaats lijkt de meest centrale plaats in het dorpje.

De levenden leven met de doden, en die gespletenheid - of noem het dubbeling - zit ook vervat in de witte nachten uit de titel: niet de magische zomers van St.-Petersburg of de lange dagen boven de poolcirkel, maar eerder nachten die oplichten in het maanlicht dat op de sneeuw valt.

De spookachtigste witte nachten denkbaar: 'Stel je eens voor', denkt Andrzej, 'dat je de eerste weken na zonsondergang naar buiten gaat en je maar blijft struikelen: hier steekt een steen uit die zich lang geleden in de grond heeft genesteld, daar een dit jaar afgebroken tak die nog niet is vergaan, of, en dat is het kloterigste, een toerist heeft een blikje geplet en het midden op de weg gegooid, en als er vorst is kun je op zo'n blikje een flinke schuiver maken.' Zulke nachten.

In Witte nachten overdondert Honek door het oproepen van dat spookachtige dorp tussen verschillende dimensies in. Daarin doet ze denken aan haar landgenoot en Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk - vooral aan een boek als Jaag je ploeg over de botten van de doden. Ze schrijft net zo levendig en kent een net zo sterke impuls tot mythologiseren, al is bij Honek het gewicht van de geschiedenis minder aanwezig en is haar proza lyrischer; voor Witte nachten was ze vooral actief als dichter.

Dat arme Poolse dorpje, diep in het hart van Europa. Er is iets eeuwigs aan het geïsoleerde bestaan in de bergen, waar een geplet blikje een pijnlijke, en ook zeldzame herinnering is aan de buitenwereld. Het lijkt alsof de tijd er stilstaat. Alsof er nooit iets verandert. Wat er met Andrzej en Piloot gebeurt, weten we vanaf de eerste pagina's. In zekere zin zou je alles wat daarna komt invulling kunnen noemen. Sfeer. Zo'n statement zou miskennen waar het Urszula Honek om te doen is in deze roman: met Witte nachten heeft ze een rauwe fabel geschreven, met personages die dolen en zoeken naar betekenis in het aangezicht van zo veel ellende.

Witte nachten eindigt met een begrafenis, de bliksem heeft fataal ingeslagen, en terwijl een kist de aarde ingaat, blijkt Piloot ineens weer - nog - te leven. In de manier waarop Honek de tijd opheft ligt de grootste troef van dit boek. Halverwege kijkt een personage naar een eik en ziet de avond vallen: 'En als iemand me zou vragen waarom ik daar zo sta, zou ik zeggen: ik droom niets meer, maar ik hoor nog altijd de muziek.'

 

NBD Biblion

Bookarang (AI samenvatting)
Een donkere literaire roman over de zoektocht naar identiteit, vriendschap en verbinding in een Pools dorp. De roman is een mozaïek van dertien met elkaar verbonden verhalen die zich afspelen in een slaperig dorp aan de voet van de Poolse Beskiden. Verschillende personages geven een stem aan thema’s als verlies, verlangen en existentiële worsteling: van jeugdvrienden op zoek naar werk tot een meisje dat haar stervende grootmoeder en een jonge ongetrouwde vrouw die meer van het leven verlangt. Het alledaagse krijgt een verontrustende lading, en tegen de achtergrond van het stille, lichte landschap ontvouwt zich een wereld vol tragiek en duisternis. In lyrische, beeldende stijl geschreven. Met name geschikt voor een literaire lezersgroep. Urszula Honek (Racławice, 1987) is een Poolse schrijver en dichter. Ze heeft vele prijzen gewonnen voor haar werk, waaronder de Witold Gombrowicz-prijs en de Kościelski-prijs voor haar debuutroman ‘Witte nachten’. Het boek werd genomineerd voor de International Booker Prize en stond op de shortlist van de Warwick Prize For Women in Translation.