To be a brave writer, you have to be a brave reader.  -Sulaiman Addonia

Interview met Sulaiman Addonia

Bekijk het integrale interview op YouTube

Aanvankelijk zou Sulaiman Addonia, schrijver van ‘Als gevolg van liefde’ en ‘Silence is my mother tongue’, in zijn huiskamer met jullie in gesprek gaan op het Living Stories festival van Bibliotheek Sans Souci. Ook de vervangende lezing in de bib op 17 oktober in het kader van Black Literature Matters moesten we door corona afgelasten. Om niet eindeloos te moeten uitstellen, kozen we ervoor om een interview af te nemen en te filmen. Een interview vervangt nooit volledig het directe contact met een schrijver tijdens een auteurslezing, maar de antwoorden van Sulaiman zijn heel mooi, zitten vol wijsheid en getuigen van een diepe verbondenheid met Elsene en de projecten die hij in Bib Sans Souci oprichtte. Lees mee over de kracht van stilte en het comfort van achtergrondlawaai. Over de stigma’s van vluchtelingen en de bibliotheek als veilige haven om je eigen ideeën in vraag te stellen.

Bib Sans Souci: Dag Sulaiman! Welkom in Bib Sans Souci!

Je bent een internationaal gekende en gelauwerde schrijver, maar je woont en schrijft bij wijze van spreken in onze achtertuin. Je bent ook de stichter van de Creatieve Schrijfacademie voor Vluchtelingen en Asielzoekers, die vorig jaar in onze bib plaatsvond. Hoe beïnvloedt een plek als Elsene, waar er enorm veel wereldtalen gesproken worden, jou als schrijver?

Sulaiman Addonia: Dat is een heel interessante vraag. Ik heb al heel veel gewerkt in Elsene. Ik ben hier al meer dan 10 jaar. De eerste jaren pendelde ik heen en weer naar Londen. De reden waarom ik zo veel van Elsene hou, is omdat het een linguïstische rijkdom heeft die mij, mijn werk en de projecten die je vermeld hebt ongelooflijk heeft geïnspireerd. Ik werk veel aan de ‘meren’ van Elsene. Ik weet dat ze bekend staan als vijvers, maar ik noem ze graag meren omdat ze zo uitgestrekt zijn en ze mij altijd een gevoel van continuïteit geven. Ik wandel ook vaak over het Flageyplein en elke keer als ik een andere taal hoor en rondom mij kijk, ben ik verbaasd door de diversiteit van de mensen in Elsene. Ik denk dat er ongeveer 130 à 140 nationaliteiten zijn in Elsene, neen? Maar ik heb altijd het gevoel gehad dat die niet gerepresenteerd werden op het podium, in de literaire scene en daarom besloot ik om daar aan te werken en die literaire weelde en rijkdom op podium te brengen. En naar plaatsen als Bib Sans Souci. Ik hou echt van deze plek, want het is de plaats waar we de Creatieve Schrijfacademie voor Vluchtelingen en Asielzoekers hebben opgestart. De reden daarvoor is omdat ik heel graag met mensen zoals de bibmedewerkers werk. Ze zijn heel open-minded, zeer behulpzaam en ondersteunend en ze begrijpen ook waar het over gaat. Ze werken zelf met talen. Ze hebben de juiste achtergrond en dus was het makkelijk om te zeggen: we starten het hier op. We organiseerden hier ook het Asmara-Addis Literaire Festival (in ballingschap). Ook daar hebben we veel met talen gewerkt. Dus ja, ik heb echt het gevoel dat Elsene een plek is met een enorme talenrijkdom die nog ten volle moet ontdekt worden.

Bib Sans Souci: Elsene is ook een uitgesproken kunstzinnige en literaire plek, waar schrijvers als Camille Lemonnier, Charles De Coster, Karl Marx, Amélie Nothomb, Dominique Rolin… gewoond en gewerkt hebben. Heeft dat in een zekere zin jouw schrijven beïnvloed?

Sulaiman Addonia: Dat is een goede vraag, want elke keer als je een bekende kunstenaar of cineast ontdekt, dan blijken zij in Elsene gewoond te hebben. Ik hou daarvan, want ik wandel heel veel door Elsene en dan zie ik gedenktekens die tonen dat er een bekende kunstenaar ergens geleefd heeft. Mijn favoriet is het standbeeld van Fernando Pessoa, de Portugese dichter, op het Flageyplein. Elke keer als ik ga wandelen, passeer ik dat beeld. En ik praat tegen hem. Want ik ben erg geïnspireerd door dichters. Ik zie mijzelf als een gefrustreerde dichter, iemand die heel graag poëzie zou schrijven, maar er niet in slaagt. Dus elke keer als ik naar hem toe ga, lees ik zijn gedichten. En zelfs als ik slechte dagen heb als schrijver, dan begin ik te wandelen en wandel ik langs zijn standbeeld. En dan heb ik het gevoel dat er iemand daar is, die naar me luistert en die me begrijpt in mijn frustraties en zorgen. Het is dus meer dan een beeld, het is iemands geest die in Elsene aanwezig is. Het gaat erover hoe je een relatie opbouwt met die geschiedenis. Rodin woonde hier ook he? Hier verder in de straat! En ik wist niet dat Rilke, de Oostenrijkse dichter, zijn assistent was! Rilke is één van de grootsten, ik hou enorm van hem, van zijn poëzie, van zijn wijsheid. Echt fantastisch om al die grote kunstenaars te ontdekken. Die verhalen tonen aan dat Elsene ons veel kunstenaars heeft gegeven.

Bib Sans Souci: Ze zijn dus een soort van metgezellen van het schrijfwerk in Elsene, die reeds gestorven schrijvers?

Sulaiman Addonia: Ja. Het heeft me een hele tijd gekost vooraleer ik van Elsene of Brussel kon houden. Aanvankelijk haatte ik het hier. Het had niks te maken met de plaats. Het was omdat ik ‘Silence is my mother tongue’ aan het schrijven was, dat me 10 jaar gekost heeft en waardoor ik in een andere wereld verkeerde. Mentaal gezien had ik niet het gevoel dat ik deel uitmaakte van dit land. En terwijl ik aan het schrijven was en terwijl ik elke dag op wandel ging, begon Elsene in mij te wortelen. Je weet dat niet. Het was pas nadat het boek uitkwam dat ik diep in mezelf voelde dat ik van deze plek was gaan houden.

Bib Sans Souci:  Beschouw je Elsene nu als thuis?

Sulaiman Addonia: Ja. Ik heb niet de betekenis van een thuis, zoals veel mensen die geboren en opgegroeid zijn op één plek hebben. Ik heb een andere definitie van wat een thuis is. Dat is waarom ik zeg: ik voel dat ik tot dit land behoor, want mensen behoren tot een plaats. Wat dat betekent: sommigen doen vrijwilligerswerk, sommigen verwerven de talen van een land en sommigen doen het via kunst en literatuur. Dat laatste is wat ik deed.

Bib Sans Souci: Laten we het wat meer over die taal hebben. Je schreef onlangs een essay voor een Engelse krant, dat vertaald werd in de Vlaamse krant De Standaard, waarin je spreekt over taal en haar trauma’s. Kan je dit wat meer uitleggen, de correlatie tussen taal en waarom die traumatiserend kan zijn?

Sulaiman Addonia: Wat ik probeerde te zeggen was dat ik geïnspireerd werd door een artikel, een interview met een Engelse politicus, die zei dat immigranten onze taal moeten leren, als ze deel willen worden van onze samenleving. Ik kan ergens begrijpen waarom hij dat zei, maar ik denk tegelijk dat mensen die dergelijke dingen zeggen de geschiedenis van mensen die migreren niet begrijpen, de linguïstische geschiedenis van mensen die van de ene naar de andere plek trekken. Ik wou er een extra diepte aan toevoegen, een andere laag aan de conversatie. Wat ik wil zeggen is: luister, laten we eens nadenken waarom sommige mensen het ongelooflijk moeilijk vinden om Nederlands of Frans te leren. Het heeft niks te maken met hun onwil om te leren. Het heeft niks te maken met hun intellect of hoe slim ze zijn. Het heeft te maken met wat ik een linguïstisch trauma noem. Als je onderweg bent en je vlucht van het ene naar het andere land, dan leer je die taal. En van dat land ga je weer naar een ander land en je leert weer een andere taal. En in dat proces ontvouwt zich het verliezen en verwerven van een nieuwe taal. Door een nieuwe taal te verwerven, verlies je de kracht van de taal die je voordien verworven hebt. Dus dat proces van verwerving en afstand doen van een nieuwe taal, laat je met littekens en wonden achter. Dat is waarover ik spreek, omdat het ook mij overkwam. Ik ben door zoveel talen getrokken voor ik naar België kwam. Als kind sprak ik Tigrinya, dan Amhaars, dan Arabisch en dan Engels en dan kwam ik naar Brussel en was ik zo bang om Nederlands of Frans te leren en mijn Engels kwijt te raken. Vooral Engels, want het is de taal waarin ik schrijf. Dus dat is wat ik aan de conversatie wil toevoegen: erop wijzen dat, ook al is het noodzakelijk, nieuwe talen verwerven voor migranten niet makkelijk gaat. En ik hoop door dat artikel te schrijven, dat we hulp kunnen bieden, extra hulp voor mensen die niet gemakkelijk talen verwerven, in plaats van enkel te zeggen: ‘Je wilt gewoon de taal niet leren’.

 

Bib Sans Souci : Wat is de link tussen taal en identiteit, volgens jou?

Sulaiman Addonia: Ik denk dat ik niet echt diep wou ingaan op het identiteitsgedeelte, want het gaat meer over diepe littekens. Het is bijna zoals wanneer je verliefd wordt op iemand, en dan gebeurt er iets en word je verliefd op iemand anders. Er is altijd een soort van wonde, en dat idee van herhaalde wonden, herhaalde littekens die echt in jou huizen. Ik spreek over die bepaalde wonden die in onszelf zitten en wat we ermee kunnen doen. Niet iedereen bezit een linguïstische kracht zoals ik. Ik zeg niet dat het iets te maken heeft met talent, het heeft eerder te maken met ruimte, tijd, in staat zijn om je trauma’s in de ogen te kijken.

Bib Sans Souci : Laten we het over het Addis-Asmara Festival (in ballingschap) en de Creatieve Schrijfacademie voor Vluchtelingen en Asielzoekers hebben. Wat is de rol van kunst en literatuur in thema’s als migratie en vluchtelingen? Je lijkt die twee thema’s vaak te verbinden…

Sulaiman Addonia: Dit is een heel interessante… Ik zie kunst en literatuur… als thuis. Als een heel krachtige plek. Dat is waarom ik zei dat ik het gevoel heb dat ik tot België en Brussel behoor via het artistieke, literaire werk dat ik doe. Ik waardeer kunst en geschiedenis enorm en zie ze als een heel machtig ding, niet alleen om te zeggen ‘ik ben een kunstenaar, ik ben een schrijver’, maar als gereedschappen en mechanismen die mensen echt toelaten om tot een plek te behoren en een verlangen uit te drukken. Het heeft een soort van zachtaardige, mooie open-minded kern, dat het een zeer krachtig element maakt, waarnaar we kunnen migreren. Ik beschouw ook het moment dat je kunstenaar wordt als een vorm van migratie die plaatsvindt. Voor mij is dat een staat van zijn; wanneer je je camera neemt en je neemt foto’s of je schildert, is dat voor mij een machtige link naar fysieke migratie, zeker voor iemand als ik die van Ethiopië naar Sudan enzovoort naar hier verhuisd is. Voor mij voelt het heel natuurlijk aan om kunst te zien, niet enkel als iets dat je genot verschaft, maar als een gereedschap, een oefening, jouw identiteit, jouw gevoelens… een helend middel voor ons allemaal.

Bib Sans Souci: Is dat ook iets dat je de jonge schrijvers van de Creatieve Schrijfacademie voor Vluchtelingen en Asielzoekers wil leren, meer dan technische vaardigheden, wat de betekenis is van kunst en literatuur in hun leven?

Sulaiman Addonia: Voor mij was het de eerste keer toen de lessen hier in de bib doorgingen belangrijk dat dit een plaats was waar ze konden komen en hun verbeelding konden trainen. Want buiten dit klaslokaal, vertelden sommige vluchtelingen me, zijn zij enkel en alleen en onophoudelijk vluchteling. Ze leven dag en nacht als vluchtelingen, ze worden geconfronteerd met migratie, papierwerk, ze praten met een advocaat, ze zoeken naar een woonst. Die identiteit, dat label van een vluchteling te zijn, dat is een verschrikkelijk etiket dat 24u op 24 aan jou kleeft. Maar als ze naar deze lessen komen, dan krijgen ze de mogelijkheid om in een andere vorm van henzelf te kruipen. Voor hen is het super belangrijk om de mogelijkheid te hebben om hier te zijn voor twee weken, om dat deel van henzelf te ontdekken, te oefenen, te vieren, zichzelf uit te dagen, te creëren. Dat is op zich al iets heel waardevols, zonder dat ik hen eigenlijk iets moet leren. Het belangrijkste aspect van de lessen is de vrijheid en wij, de mentors (Annelies Verbeke, Sofie Verraest en Cristina Oba), zijn er om hen te ondersteunen. We kunnen hen helpen met het verhaal, als ze dat willen, maar ik zeg hen altijd eerst dat het aan hen is om hun verhaal te vertellen. In de eerste reeks lessen hadden we sciencefiction-verhalen, memoires… heel veel verschillende dingen.

 

Bib Sans Souci: Je zei daarnet iets als ‘literatuur is voor mij als een thuis, een veilige haven’. Is dat iets wat je je studenten ook wil laten ervaren, dat je een veilige haven kan vinden in je eigen schrijven?

Sulaiman Addonia: Ik denk het ja.

Bib Sans Souci: Of is het eerder therapeutisch?

Sulaiman Addonia: Ik voel me niet beter als ik schrijf, want voor mij is schrijven een marteling. Het is echt heel erg pijnlijk. Dus ik schrijf niet om te helen. Ik voel gewoon dat ik een verbeelding heb, een verhaal dat ik wil vertellen, en ook al is het proces van een verhaal vertellen een echte marteling en enorm pijnlijk, het geeft me ook vreugde, een gevoel van creativiteit, het gevoel dat je echt een wereld aan het creëren bent en een verhaal aan het bouwen bent vanuit één simpel idee. Op een bepaalde dag heb je één eenvoudig idee en je hebt er jaren voor nodig om het te realiseren. Er komt veel pijn kijken bij het proces, maar er zit ook schoonheid in het gevoel dat je echt iets aan het creëren bent. Ik denk dat ik nog wat meer moet definiëren wat een ‘veilige haven’ of een safe place is. Het kan heel zwart-wit zijn. Wat ik met een ‘safe place’ bedoel is een plek waar je je zodanig op je gemak voelt dat je jezelf durft uit te dagen. Ik bedoel dus geen plaats waar je je beschut of beschermd voelt. Wanneer je schrijft, daag je jezelf uit, want je hebt ideeën die niet per se lief en vriendelijk zijn. Het kunnen net heel confronterende ideeën zijn: misschien dagen ze jouw religieuze overtuiging uit, misschien dagen ze jouw seksualiteit of je identiteit uit. Als je het zo beschouwt is een ‘safe place’ een plek waar je je veilig voelt om jezelf uit te dagen. Sommige studenten brachten ongelooflijke verhalen die hun diepste binnenste uitdaagden, ook al hadden ze veel problemen buiten het klaslokaal. Ze zijn immigranten in een nieuw land, sommigen zaten in detentiecentra, maar toch kwamen ze en daagden ze zichzelf uit.

Bib Sans Souci: Goed om weten is misschien dat Bib Sans Souci vernoemd is naar het slot Sans Souci in Potsdam in Duitsland, dat een ‘safe place’ was tijdens de Duitse Verlichting. Mensen konden in de bibliotheek van slot Sans Souci hun eigen gedachten hebben, zonder ervoor vervolgd te worden. Ze konden er de boeken lezen die ze wilden.  En ook vandaag wil Bib Sans Souci een plek zijn waar iedereen, los van jouw, taal, gender, achtergrond of wat dan ook, veilig en welkom is.

Sulaiman Addonia: Ik vind dit werkelijk prachtig, want mensen denken vaak aan een ‘safe place’ als een plaats die je goed moet doen voelen, maar soms geven ideeën je geen goed gevoel. De pure daad van het creëren geeft je geen goed gevoel. Maar het is belangrijk dat je een plek hebt ‘where you can live with the ghost’. Bijvoorbeeld, je kan naar deze bibliotheek komen en zeer verontrustende gedachten hebben of zeer controversiële ideeën. Dan kom je hierheen en je confronteert deze ideeën, wetende dat je in een veilige plek vertoeft. Dus je toont echt moed door te zeggen: ‘Ik ga deze ideeën confronteren, ook al gaat dat mij pijn doen”.

Bib Sans Souci : Laten we het even hebben over ‘Silence is my mother tongue’. We zijn heel blij dat het boek in het Nederlands vertaald wordt, want veel mensen willen het graag lezen. Je vertelde ook ooit het verhaal van een man die je ontmoette in een café waar je schrijft, die het boek las met een woordenboek ernaast, dus misschien zal dat gegeven ook Nederlandstaligen aansporen om het boek in het Engels te lezen. Maar het is goed dat het ook in het Nederlands vertaald wordt. Ik wil het graag hebben over de thema’s in ‘Silence is my mother tongue’, want je schrijft over de vluchtelingenkampen, waar je zelf ook gewoond hebt, en dat is iets enorm traumatiserend. Maar toch kies je ervoor om liefde en seksualiteit belangrijke thema’s te maken van dit boek. Waarom kies je, terwijl heel veel gebeurtenissen in zo’n kamp pijnlijk zijn en miserie overheerst, toch voor het thema liefde?

Sulaiman Addonia: Ik krijg die vraag heel vaak. Ik heb een ander idee van wat ik schrijf dan andere mensen. Veel mensen zien schrijven als ergens aan een bureau zitten, een idee krijgen en je wilt het uitwerken en dus je schrijft. Voor mij zijn er twee dingen: het moment waarin ik heel erg bewust ben en wanneer ik niet meer bewust ben. Voor mij gebeurt er heel veel werk voor ik ‘bewusteloos val’. Dus ik bereid mij voor op die fase, en daarmee bedoel ik, ik denk na over ideeën en over welk idee me echt intrigeert en dan voed ik mezelf. Een voorbeeld: als ik een bepaald taboe onder de loep houd, dan weet ik dat ik echt volledig los moet laten om niet beoordelend te worden. En dat is waarom plaatsen zoals deze bib zo belangrijk zijn. Want boeken lezen en films bekijken, zoals Pasolini, Fellini…, artistieke films die je als persoon uitdagen, maken je minder beoordelend. Er zijn veel personages die naar dat vluchtelingenkamp komen. Ze hebben geen sterke focus op hun eigen intimiteit. Het gaat over wat er rondom hen gebeurt. Je kan het vergelijken met wanneer je je kleren aan hebt of wanneer je naakt voor een spiegel staat: je ziet een compleet verschillend perspectief. Ik wou echt diep ingaan op wat het betekent om in een vluchtelingenkamp te verblijven, wat het doet met je seksualiteit, met je verlangens. Heb je honger, ben je aan het afzien? Je kan niet op dezelfde manier aan je verlangens denken zoals je bijvoorbeeld hier in Brussel doet. Zeg je: ik kan niet over mijn seksualiteit nadenken omdat ik in een vluchtelingenkamp zit? Stel je al de dingen die zo ongelooflijk belangrijk voor je zijn uit omdat je een vluchteling bent? Dat zijn de vragen waarin ik geïnteresseerd ben. Ik begin met dat idee aan mijn bureau, en dan laat ik los, en de rest gebeurt gewoon.

Bib Sans Souci: Dan ben je onbewust aan het schrijven?

Sulaiman Addonia: Ja, het is de mooiste fase. Maar het is tegelijk beangstigend.

Bib Sans Souci: Het hoofdpersonage uit je boek heet Saba. Ze is een zeer rebels en non-conformistisch personage. Beschouw jij jezelf als een rebelse en non-conformistische schrijver?

Sulaiman Addonia: Ik zou zeggen: om een moedige schrijver te zijn, moet je een moedige lezer zijn. Ik ontdekte dat toen ik klein was, ik een moedige lezer was. Ik woonde toen in Jeddah, in Saudi-Arabië, waar veel boeken gebannen werden. Het is een echt harde samenleving. Gelukkig had ik iemand die zo heroïsch, sterk en moedig was als mijn broer, die slechts twee jaar ouder is dan ik. Hij was iemand die naar buiten ging en zei: “Ik ben deze boeken echt beu, ze zijn allemaal hetzelfde. Ik ga boeken zoeken die me uitdagen.” Hij werd bevriend met een boekensmokkelaar en zo kwam het dat we moeilijke boeken als ‘ Seizoen van de trek naar het noorden’ van Tayeb Salih lazen, of de boeken van de feministe Warda Sardaoui, die de status-quo van de Saoedi-Arabische samenleving op de korrel nam. We namen echt risico’s door deze boeken te lezen. Deze periode in mijn leven zorgde ervoor dat ik nu niet meer bang ben om iets controversieels te denken. Als ik een idee heb, dan laat het mij eigenlijk koud hoe controversieel het is, ik ga erop door op dezelfde manier als we doorgingen met het lezen van die boeken in Saoedi-Arabië. Als je een moedige schrijver wilt worden, dan moet je jezelf ook uitdagen als een consument van de kunsten, als een lezer van kunst. Als je enkel dingen leest die bevestigen waarin je gelooft in de wereld, dan ben je niet in staat om je zelf uit te dagen als je creëert. Als je een echt radicaal, rebels idee hebt, dan ben je niet in staat om het uit te voeren als je niet jezelf uitdaagt.

Bib Sans Souci: Hagos, de broer van het hoofdpersonage Saba in jouw boek, is stom. Ik vroeg mij af: je hebt iets met taal, je stem gebruiken, opkomen voor jezelf… dan kan ik me inbeelden dat deze beperking van spreken geen toeval is? Was dat iets dat je bewust koos als iets dat het boek dient, of kwam het net tijdens je onbewuste schrijven naar boven?

Sulaiman Addonia: Neen, niet echt, want een beperking is geen techniek die je kan gebruiken om bepaalde aspecten in de verf te zetten. Het is daar gewoon. We hebben allemaal vrienden of familie die een beperking hebben…

Bib Sans Souci: Dus er is geen link tussen geen stem hebben en tegelijk een schrijver zijn? Als schrijver heb je een stem en een forum om te spreken en in jouw boek heb je een personage dat niet kan spreken. Was het iets onbewusts?

Sulaiman Addonia: Het was onbewust. Hagos kwam als stomme tot mij.  Hij kwam in mij op als een vrij persoon, die zijn vrouwelijkheid durft beleven. Dus ik had eigenlijk niet veel werk met Hagos, op die manier. Hij kwam gewoon zo in mij op. Maar ik denk  dat, hoe meer ik met hem leefde, hoe meer ik me realiseerde dat talen niet altijd gesproken worden. En sommige talen kunnen verschillende dingen betekenen. Bij Hagos bijvoorbeeld, zeggen veel mensen dat hij stom is, maar hij is heel aanwezig omdat hij spreekt via de dingen die hij doet. Hij vond een manier om te communiceren en nu is het aan ons om stil te staan en echt te luisteren naar die taal. Op die manier is taal heel erg belangrijk. Veel mensen zien stilte als een zwakte. Als je bijvoorbeeld als kind heel stil bent in de klas en je bent omringd door zeer luide mensen, dan zal iedereen automatisch denken dat je verlegen bent of dat je iets te kort komt of zo. Maar ik probeer net te zeggen dat er veel schoonheid schuilt in die stilte. Het is een vorm van sterkte. Soms zeg je tegen jezelf: ik verkies om te zwijgen. Er zijn aspecten aan stilte die we nog niet genoeg ontdekt hebben en dat is wat ik in dit boek probeer te doen. Ik probeer te zeggen: stilte is een machtige taal. Als je er voor kiest om stil te staan en ernaar te luisteren.

Bib Sans Souci: Hoe heb jij deze corona-tijden ervaren als schrijver? We hadden hier onlangs    Lize Spit en Aïko Solovkine over de vloer voor een dubbelinterview en zij spraken over het cliché van de schrijver die in isolatie schrijft. Dat het niet echt moeilijk is voor een schrijver om in eenzaamheid te werken, omdat ze er aan gewoon zijn. Hoe ervaar jij dat? Heb jij een gemeenschap rondom jou nodig, van Elsense mensen of van andere schrijvers?  Of is het net iets goeds, dat je kan focussen op je werk en dat je in isolatie kan gaan en schrijven?

Sulaiman Addonia: Dat is een moeilijke vraag, want ik ben me er van bewust dat veel schrijvers een verschillende relatie hebben tot stilte. Ik schreef bijvoorbeeld al mijn boeken in cafés. Veel mensen vragen me: hoe is het mogelijk dat je je daar kan concentreren? Waarom schrijf je in cafés? Er is zeker iets dat me mijn huis doet ontvluchten met mijn laptop en te gaan zitten om te schrijven tussen al die mensen die me omringen, die om het even wat aan het doen zijn. Ik heb een schrijftafel in Pitch-Pin maar Pitch-Pin is gesloten, alle cafés zijn gesloten, dus mensen vragen me: waar is je schrijftafel? Gesloten! Tijdens de eerste lockdown was het weer heel mooi. We hebben twee kinderen en Lies en ik verdeelden de dag tussen ons beiden, waardoor we elk een halve dag op de kinderen letten. Na mijn ‘shift’, waar ik ze hielp met hun huiswerk en zo, ging ik wandelen. En op een bepaalde dag zat ik bij het meer en ik nam mijn gsm en begon te schrijven. En drie weken later had ik dat boek af, daar aan het water. Het was niet iets wat ik gepland had, het gebeurde gewoon. Ik was daar en ik nam mijn gsm. Het toont mij wel dat ik iemand ben die interageert met wat buiten gebeurt, met het publiek. Ik hou van de natuur, ik hou van lawaai, ik hou ervan om mijn ‘community’ te horen. Ik ben graag dicht bij mensen ook al ben ik niet altijd in gesprek met hen. Buiten zijn, in dat soort omgeving zijn, waar je lichaam deel uit maakt van het landschap… ik denk dat dat mij op een vreemde manier heel erg inspireert. 

Bib Sans Souci: Dus je schreef een coronaroman? ;)

Sulaiman Addonia: Nee! Ik was niet van plan om een roman te schrijven, want ik was aan een ander boek aan het schrijven over Verlaine en Rimbaud. Het moest mijn derde boek worden; een non-fictieboek met essays. Maar ik zat daar gewoon en plande absoluut niks. Ik had niet eens een ruwe schets. Het gebeurde daar gewoon, het heeft dus niets te maken met corona, hoewel het ook niet gebeurd zou zijn zonder de lockdown natuurlijk.

Bib Sans Souci: Jouw auteurslezing die gepland was op Living Stories en vervolgens op 17/10 voor Black Literature Matters hebben we door corona beiden moeten afgelasten. Toch hebben we vragen van het publiek, dat het via e-mail heeft doorgestuurd. Zoals deze vraag van Mauritio: Welke boodschap zou je, na alles wat je meegemaakt hebt, aan andere Eritreeërs willen meegeven (diaspora of niet, voor de overheid of niet)? Maar misschien kunnen we breder gaan en vragen of je een boodschap hebt voor iedereen die schrijft en die momenteel worstelt in deze vreemde tijden?

Sulaiman Addonia: O, ik wou echt vermijden om boodschappen mee te geven… omdat ik gewoon niet het zelfvertrouwen heb om tegen mensen te zeggen: “Ik ben hier en ik ga je wat vertellen”. Wat kan ik zeggen? Het is enorm belangrijk om erin te blijven geloven. Als je een idee hebt waar je heel erg in gelooft, geef het dan niet op. Het is een echt cliché, maar we kunnen veel meer leren van onze mislukkingen dan van onze successen. De reden waarom mensen ideeën laten vallen is omdat ze bang zijn dat ze gaan falen. Maar mijn ervaring zegt mij: ook al mislukt een idee, het heeft je, zonder dat je het weet, enkele zeer mooie en inspirerende kwaliteiten en sterkten bijgebracht waar je op kan terugvallen als je een ander idee wil uitvoeren. Dus: ga ervoor, ook al blijf je falen!

Bib Sans Souci: Mauritio heeft ook een tweede vraag: Je krijgt veel erkenning (in Europa, in Amerika en daarbuiten) voor jouw werk. Heeft dat jou vreugde en rust gegeven of is dat iets dat zal vervagen? Welk advies zou je geven in verband met dat onderwerp aan jonge schrijvers, of kunstenaars in het algemeen, die het willen maken?

Sulaiman Addonia: Wat betekent dat: ‘het maken’? Betekent dat dat je in de krant staat of op de radio bent, of dat je geïnterviewd wordt of hoeveel boeken je hebt verkocht? Voor mij betekent ‘het maken’: het gevoel dat, als je een kunstwerk, een boek of een schilderij hebt afgewerkt, je alles gegeven hebt. Ik denk dat voor mij dat ‘het maken’ is. Er waren zoveel mensen die ‘Silence’ niet wilden uitgeven. ‘We gaan dit boek niet verkopen, niemand zal het willen lezen’. Maar ik gaf er tien jaar van mijn leven aan en ik herinner me wanneer ik het dicht sloeg, dat ik zei: ik gaf het alles wat ik kon. En ik voelde me er zo gelukkig bij. Ik voelde me er goed bij en ik voel me er nog steeds goed bij. De rest kan je controleren. Er is geen groter plezier dan schrijven om het schrijven. Het is het mooiste wat er bestaat.

Bib Sans Souci: De laatste vraag gaat niet over een boodschap maar over een wens. Heb je een wens voor de Belgische en Vlaamse literatuur?

Sulaiman Addonia: Dit is een goeie vraag. Als we denken wat we al over talen hebben gezegd daarnet: je mag Nederlandstalig, Belgisch, Vlaams of Waals of wat dan ook zijn, je deelt dit land met zo veel mensen uit andere werelddelen. Enkel in Elsene, zo’n kleine gemeente, hebben we al 140 nationaliteiten. Deze mensen hun talen zijn ook Belgische talen. Het zijn ook Europese talen. Hun literatuur is ook deel van jouw literatuur. Het belangrijkste voor ons is altijd om onszelf uit te dagen en onze identiteiten te herdefiniëren, over wat het betekent om een burger te zijn, wetende dat je jezelf hierdoor kunt verrijken. Dit is een mooie metafoor: je komt naar deze bibliotheek en je hebt niet enkel Belgische boeken, toch? Je hebt hier boeken van over heel de wereld. Dat is onze identiteit als mens. Dat is voor mij de les die ik leerde toen ik opgroeide in Saoedi-Arabië: boeken zijn paspoorten naar de rest van de wereld.

Bib Sans Souci: Dat is een prachtige zin om dit interview af te sluiten. Heel erg bedankt.

Sulaiman Addonia: Graag gedaan.